Wat wij geloven

De Bijbel

De Bijbel is het gezaghebbende Woord van God. In de oorspronkelijke vertaling is het onfeilbaar. (Titus 1:2; 2 Petrus 1:21)

De Bijbel kan niet veranderd worden. Het is door God geïnspireerd en geopenbaard. (2 Timotheüs 3:16; 2 Petrus 1:21; Openbaring 22:18-19)

De Bijbel is nuttig om te weerleggen, te vermanen en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, toegerust tot alle goede werken.  (2 Timotheüs 3:16-17; Johannes 8:31-32)

De Drie-eenheid

Er is maar één ware en levende God, die bestaat in de eeuwigheid in het verleden, het heden en de toekomst, die geen begin en geen einde heeft. (Deuteronomium 6:4; Marcus 12:29; 1 Timotheüs 2:5-6)

God bestaat in een eeuwige Drie-eenheid. Drie Personen, in één Eenheid. Elk volledig God, maar toch elk verschillend. (Johannes 10:30-33; Mattheüs 3:16-17; Johannes 1:1-3)

De Drie-eenheid, bestaande uit de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, leven en werken in volledige harmonie, door ons ervaren in  schepping, bestemming en verlossing. (Efeziërs 4:1-6; Genesis 1:1-26; Mattheüs 28:19)

De Vader

Wij geloven in God de Vader, een uniek persoon zonder einde, die Geest is en die volmaakt is in alle Heiligheid en Wijsheid en Kracht en Liefde. (Lucas 10:21-22; Mattheüs 23:9; 1 Timotheüs 2:5-6)

Wij geloven dat Hij alle dingen weet vanaf het begin (1 Petrus 1:2; Jesaja 46:10; Openbaring 22:13; Openbaring 1:8; Prediker 7:8)

Wij geloven dat Hij barmhartig is jegens de mensheid, en aan allen een algemene genade verleent (Mattheüs 5:45; Johannes 3:16; Romeinen 1:7; 1 Petrus 1:3)

Wij geloven dat Hij gebeden verhoort en bevrijding van zonde en dood schenkt aan allen die tot Hem komen, door het geloof in zijn Zoon Jezus Christus. (1 Petrus 3:12; 1 Johannes 5:13-15; Johannes 15:7; Johannes 15:16; Hebreeën 11:6; Psalm 55:22; Psalm 37:4-5; Filippenzen 4:6)

De Zoon: Jezus Christus

Wij geloven in Jezus Christus, het Woord van God dat vlees is geworden en onder ons wandelde. (Johannes 1:1-18)

Wij geloven dat de Zoon bij de Vader was van eeuwigheid af (Micha 5:2; Johannes 1:1-3; Johannes 8:58; Johannes 17:5; Johannes 17:24; Kolossenzen 1:17; Hebreeën 7:3; Openbaring 22:13)

Wij geloven dat de Zoon alle dingen die geschapen zijn, geschapen heeft. ( Johannes 1:1-3; 1 Korintiërs 8:6; 1 Korintiërs 11:12; Kolossenzen 1:16-20; Hebreeën 2:10)

De Zoon is het Licht der mensen, geboren uit een maagd, door de kracht van de Heilige Geest. (Johannes 1:4; Mattheüs 1:23; Lucas 1:27; Jesaja 7:14; Mattheüs 1:18-25; Genesis 3:15; Lucas 1:35)

Wij geloven dat Jezus Christus een zondeloos leven leidde (1 Petrus 2:22; 2 Korintiërs 5:21; Hebreeën 4:15; 1 Johannes 3:5; Jesaja 53:9)

Wij geloven in de wonderen en het onderwijs dat Hij gaf (Mattheüs 9:6-8; Johannes 2:1-11; Marcus 8:22-26; Johannes 20:19-23; Jeremia 32:27; Lucas 18:27; Psalm 77:14; Handelingen 10:38; Johannes 3:1-36; Johannes 14:6; Johannes 13:13; Johannes 1:14; Johannes 3:16-17; Johannes 3:2)

Wij geloven in Zijn plaatsvervangend lijden, Zijn verzoenend sterven, Zijn begrafenis gedurende drie dagen, Zijn lichamelijke opstanding en in Zijn opvaart naar de Hemel, waar Hij gezeten is aan de rechterhand van de Vader, totdat Zijn vijanden gemaakt zijn tot Zijn voetbank. (Jesaja 53:1-12; 1 Johannes 2:2; 2 Korintiërs 5:21; 1 Petrus 3:18; Kolossenzen 2:13-15; Marcus 10:45; Romeinen 3:25; Jesaja 53:10 Mattheüs 12:38-40; Lucas 23:54-56; Daniël 9:27; Mattheüs 27:62-66 Mattheüs 28:5-6 Marcus 8:31; Lucas 24:6; Marcus 16:19; Lucas 24:51; Handelingen 1:11)

Wij geloven dat Christus Zijn bruid, de Kerk, spoedig uit deze wereld zal roepen om bij Hem in de hemel te zijn (Efeziërs 5:25-27; Openbaring 19:7-9; 2 Korintiërs 11:2; Openbaring 21:9; Jesaja 54: 5; Jesaja 26:19-21; Efeziërs 5:25; Jesaja 6:25; Efeziërs 5:27; Mattheüs 25:1-13; Hosea 2:16-23; Efeziërs 5:32; Johannes 14:1-3; 1 Korintiërs 15:51-52; 1 Thessalonicenzen 4:16-17; Filippenzen 3:20-21; Kolossenzen 3:4)

Wij geloven in Zijn fysieke wederkomst naar de aarde, om de volkeren te oordelen en Zijn duizendjarig rijk op aarde te vestigen (Openbaring 1:7; Johannes 14:3; Mattheüs 24:36; Mattheüs 24:30; Titus 2:13; Handelingen 1:11; 2 Petrus 3:10; Openbaring 22:12)

De Heilige Geest

Wij geloven in de Heilige Geest, die door de Vader en de Zoon gezonden is als een Trooster voor de gelovigen (Johannes 14:15-17).

Wij geloven dat de Heilige Geest werkt door het gepredikte Woord, om mensen te overtuigen van hun zonden en hen te overtuigen van Gods rechtvaardig oordeel, zodat zij die tot het eeuwige leven bestemd zijn, zich bekeren en wedergeboren worden als een nieuwe schepping, door dezelfde Geest. (Johannes 15:26-27; Johannes 16:6-11; Romeinen 8:4-11)

Wij geloven dat de Heilige Geest de gelovigen heiligt en kracht geeft om de zonde en de aanvallen  van de duivel te weerstaan, door het geloof in Jezus Christus (Romeinen 15:16; 1 Korintiërs 6:11; Romeinen 8:4; 2 Timotheüs 1:7)

Wij geloven dat de Heilige Geest woont in iedereen die wedergeboren is, die gelooft in Jezus Christus (1 Korintiërs 3:16-17)

Wij geloven dat allen die wedergeboren zijn, verzegeld zijn tot het eeuwige leven door de inwoning van de Heilige Geest, tot het ontvangen van de volheid van de beloften. (Efeziërs 1:11-14)

Wij geloven dat de Heilige Geest een voortdurende Helper, Leraar, Trooster en Gids is voor allen die in Jezus Christus geloven. (Johannes 14:26; Johannes 16:12-15; 1 Korintiërs 6:19)

Wij geloven dat de Heilige Geest gaven geeft aan de gelovigen, naar Zijn goeddunken, om het Lichaam van Christus, de Kerk, op te bouwen, om het goede nieuws van redding, door Jezus Christus, te verkondigen, om onze zondige natuur te doden, om ons te heiligen en om een overwinnend leven te leiden, tot lof van Zijn Glorie (Galaten 5:22-23; 1 Korintiërs 12:1-11)

Verlossing door genade, middels geloof

Wij geloven dat de mens geschapen is naar het beeld van God, om Zijn volmaaktheid te weerspiegelen vanuit het Geestelijk rijk in de natuurlijke wereld (Genesis 1:26; Genesis 5:1; Genesis 9:6; Marcus 10:6; Psalm 139:14; Psalm 100:3; 2 Korintiërs 3:18; Efeziërs 4:24; Kolossenzen 1:15)

Wij geloven dat de mens gezondigd heeft en het doel van zijn schepping niet meer kan vervullen, omdat hij geestelijk dood is, dat is de eeuwige scheiding van God. (Efeziërs 2:1; Efeziërs 2:5; Kolossenzen 2:13; Romeinen 8:10; Lucas 9:60; Johannes 5:25Luc 15:32; Romeinen 7:8-9)

Wij geloven dat, omdat de eerste mens een zondaar was, allen die uit hem voortgekomen zijn, met dezelfde zondige natuur geboren zijn en vanaf hun geboorte vijanden van God zijn, die uit de vrije wil van hun natuur, de Waarheid onderdrukken in ongerechtigheid, waarmee zij vallen onder de rechtvaardige toorn van God, de eeuwige Rechter. (Handelingen 17:26; Romeinen 1:18)

Wij geloven dat God, die alwetend is en het einde van het begin af ziet, in grote barmhartigheid en liefde sommigen onder de veroordeelden tot het eeuwige leven heeft bestemd, opdat zij, wanneer zij het gepredikte Woord van God horen, door de kracht van de Heilige Geest geloven en veranderd worden in een nieuwe schepping. Zij zijn bevrijd van de slavernij aan zonde die op hen rustte, en die bevrijding is door het geloof in Jezus Christus. (Jesaja 46:10; Handelingen 13:48; Romeinen 10:17; Lucas 8:15; Efeziërs 2:4-6; Efeziërs 1:11-14)

Wij geloven dat God diegenen uitverkoos die Hij vooraf daartoe bestemd had, zonder enige voorwaarde in de zondaar zelf. Het was door genade alleen. (Efeziërs 2:8-9; Handelingen 16:30-31)

De Kerk

Wij geloven dat de Kerk het universele en wereldwijde lichaam is van wedergeboren gelovigen, waarvan Christus Jezus het hoofd is, waarvan uit het gehele lichaam wordt samengevoegd.  (Kolossenzen 1:18; Galaten 3:28)

Wij geloven dat de plaatselijke Kerk een deel is van het universele Kerklichaam, dat geregeerd wordt door Christus, door de Geest, door het Woord van God. De plaatselijke Kerk is een samenkomst in een daarvoor bestemd gebouw; een privé-huis, of in de open lucht, waar tenminste twee of drie gelovigen samenkomen, en zich in Christus verblijden en Hem verheerlijken. (Mattheüs 18:20)

God is een God van orde. Hij heeft functies binnen het lichaam aangesteld, niet om te heersen, maar om de leden te dienen. (1 Korintiërs 12:28; 1 Korintiërs 14:33)

Wij geloven dat het de primaire taak van de kerk is om het goede nieuws van redding door geloof in Jezus Christus te verspreiden en om nieuwe gelovigen op te richten, te onderwijzen en te laten groeien tot volwassen christenen, om bedroefden te troosten, om onze gezegende hoop te vieren en om elkaar te sterken in onze dagelijkse strijd. (Mattheüs 28:16-20; Johannes 17:20; 2 Timotheüs 4:5; 2 Petrus 3:18; Romeinen 12:1-2; Hebreeën 5:14; 1 Petrus 4:10; 2 Timotheüs 3:16-17)

Het Christelijk leven

Wij geloven dat een christen, door genade, middels geloof, is teruggekeerd naar zijn oorspronkelijke ontwerp. In alles leeft hij of zij voor en tot de Glorie van God. (Jesaja 43:7; 1 Korintiërs 10:31; Mattheüs 5:16; Jesaja 43:20-21; Jesaja 44:23; Jesaja 48:9-11)

Leven voor en tot de Glorie van God zorgt ervoor dat we strijden tegen wat er overblijft van onze zondige natuur in onze nog niet verheerlijkte lichamen. Wij streven ernaar het Koninkrijk van God binnen te gaan door de nauwe poort. (Galaten 5:24; Galaten 5:19-21; Efeziërs 2:3; Romeinen 13:14; Mattheüs 7:13)

Wij geloven dat de gelovige een roeping van God heeft, om het goede nieuws van de verlossing met anderen te delen en een betrouwbaar bewaarder te zijn over alles wat God hem heeft toevertrouwd. (1 Petrus 4:10; 2 Korintiërs 9:6-7; Mattheüs 25:23)

Doop en Avondmaal

Wij houden ons niet aan veel godsdienstige rituelen, omdat wij weten dat de meeste daarvan instellingen van de mens zijn, waarvoor wij gewaarschuwd zijn. (Marcus 7:1-26)

Wij geloven dat Jezus Christus ons twee opdrachten heeft nagelaten: De doop en het Avondmaal (het breken van het brood en het drinken van de beker met wijn) (Handelingen 2:38; Handelingen 19:5; Handelingen 22:16; Johannes 6:53-54; 1 Korintiërs 11:23-26).

Wij geloven dat de doop door onderdompeling in water de enige doop is die in de Bijbel wordt onderwezen, die direct moet worden toegediend na de innerlijke bekering tot het geloof ; (Mattheüs 3:13-17; Johannes 3:23; Handelingen 8:36-38; Romeinen 6:3-6; Kolossenzen 2:12; Exodus 14:21-22)

Wij geloven dat de doop een eenmalige gebeurtenis is in het leven van een gelovige. Een persoon kan niet opnieuw gedoopt worden. (Hebreeën 6:6; Marcus 1:4; Marcus 16:16; Kolossenzen 2:12-13)

Wij geloven dat het Heilig Avondmaal door Jezus Christus werd ingesteld, direct voorafgaand aan Zijn offer aan het kruis, als een voortdurende gedachtenis, tot aan Zijn wederkomst. ( 1 Korintiërs 11:23-26; Mattheüs 26:26-28)

Wij geloven dat deelname aan het Heilig Avondmaal alleen is voorbehouden aan de gelovigen in Jezus Christus en dat daaraan met de grootste eerbied moet worden deelgenomen, indachtig welk Offer erdoor wordt herdacht. (1 Korintiërs 11:17-34; Mattheüs 26:26-29; Mattheüs 27:32-54)

Wij geloven dat een ieder die zonder eerbied deelneemt aan het Heilig Avondmaal, daardoor schade zal ondervinden. (1 Korintiërs 11:17-22)

Gelijkgezind, van één Geest

Wij geloven dat de universele kerk, bestaande uit alle wedergeboren gelovigen, die Christus volgen op de smalle weg, van één Geest is. De kerk die wij naar buiten toe zien, kan verdeeld zijn, maar de ware kerk kan niet verdeeld zijn, want Christus is niet verdeeld.  ( 1 Korintiërs 1:10-13; Efeziërs 4:5; Filippenzen 2:2)

Wij geloven dat de ware gelovigen moeten ophouden zichzelf, de kerk en andere gelovigen te definiëren volgens denominaties, maar eerder als gered (hetzij volwassenen of baby’s in Christus) of als de niet gered. (1 Korintiërs 1:10-25; Romeinen 1:18-32; 1 Petrus 2:2; Hebreeën 5:12-14)

De laatste dagen

Wij geloven dat wij in de laatste dagen leven en in de laatste dagen geleefd hebben sinds Christus' hemelvaart naar de hemel. (1 Johannes 2:18)

Wij geloven dat wij in het laatste uur van de laatste dagen leven omdat God de kinderen Israëls opnieuw in hun land heeft geplant, als een duidelijk teken dat de laatste generatie nu leeft; (Ezechiël 34:13; Ezechiël 11:11-17; Ezechiël 28:25-26; Jeremia 32:37; Amos 9:14; Ezechiël 36:22-24)

Wij geloven dat Christus spoedig zal wederkomen voor Zijn bruid, de Kerk, en haar met Zich mee zal nemen naar het huis van Zijn Vader in wat bekend staat als de Opname. (1 Korintiërs 15:51-53; 1 Thessalonicenzen 4:16-17; 1 Korintiërs 2:9)

Maranatha Heere Jezus, kom snel!